Vitaminen (updates met foto’s)

Vandaag zijn wij weer vertrokken vanuit het mooie Toba meer. We hebben vandaag een lange rit voor de boeg, dus we moeten doorrijden. Helaas gaat dat niet altijd even snel op Sumatra want de wegen kunnen bar slecht zijn. Met de vele bergen en dus S-bochten, gaat dat soms wat langzamer. Maar dat levert wel hele mooie uitzichten op. Vandaag is het weer echt zonnig en behoorlijk warm.

Na ongeveer een uurtje rijden komen wij bij onze eerste stop: een ananas boerderij. Hier hebben we al heerlijke, sappige ananas geproefd, maar Lam Lam koopt er ook nog een paar voor later. Helaas komen we ook bij deze stop weer “de grote groep” Nederlanders tegen, die met dezelfde organisatie reizen, maar dan met een groepsreis.

De volgende stop brengt ons bij een echte, Indonesische markt. Je kent het wel, bekend van TV met vage dieren, kruiden, groentes die wij niet kennen en een hoop volk. Het is leuk om te zien wat deze mensen allemaal eten. Al het vis dat hier ligt komt allemaal uit het Toba meer. Gedroogd of nog zwemmend kan je deze op de markt kopen. De geur komt je tegemoet, en je moet er even tegen kunnen, maar het is wel fantastisch om hier te lopen. Ze verkopen van alles.

Na de markt is het tijd voor een lekkere kopi tubruk. Of te wel een koffie tubruk. Voor degene die het niet kennen: dit is koffie gemaakt van een hele fijne soort koffie. Dat gaat in het kopje. Daarop wordt het water gegooid, en je hebt je kopi tubruk. In Turkije en Griekenland wordt iets dergelijks ook gedronken, maar dan is het minder fijn gemalen koffie en krijg je kleinere kopjes. Dit is gewoon een bakje of mok.

We drinken dit bij een klein tentje, langs de weg met een adembenemend uitzicht over de Sawa’s en het toba meer. De Indonesisch 100% NL (100% Indo zeg maar), klinkt uit de speakers. De eigenaar (eigenlijk bevinden deze tentjes zich gewoon in het huis van de mensen) komt met een vies kopje aan en even hebben we spijt. Maar uiteindelijk smaakt het perfect en genieten we er van.

Indertussen heeft Lam Lam weer wat fruit voor ons klaargemaakt. Dit heeft hij ook gekocht bij de ananas boerderij, maar wij zijn nu even de naam kwijt. In Nederland kennen we het niet, maar het is goed voor het hart. Als je een hartaanval hebt gehad, helpt dit je te genezen. We moesten het fruit nog wel een kopje fijnhakken en vermengen met wat rietsuiker, anders is het behoorlijk zuur. Maar het smaakt ook weer fantastisch.

Vervolgens rijden door en komen we aan bij een kleine geiser met “stoombaden”. De geur van zwavel komt je tegemoet. De baden liggen verscholen achter wat huisjes. Het is soms jammer dat de Indonesiërs niet wat zuiniger zijn op hun land. Alles is zo mooi en groen. Maar ze gaan er zo slordig mee om. Afval gooien ze gewoon op straat. Ze kennen hier niet eens containers of vuilnismannen. In de grote steden wel, maar in de vele dorpen die wij langsrijden kennen ze dit niet.

Het is bizar wat je allemaal ziet als je in de auto voorbij de dorpjes rijdt. Als je hier met de auto rijdt zie je ofwel mensen die een garage hebben, aan de auto of motor sleutelen of “bensin” verkopen. In plastic waterflessen. Of mensen zijn bezig met het verkopen van eten, of ze hebben hele scooter met een stellage volgebouwt en transporteren krupuk, of hebben rond hun scooter een kleine warung gebouwd en verkopen sateetjes. De rest (vrouwen dan) werken in de rijstvelden en ben je geen vrouw en je doet niets met eten of auto’s, dan zit je voor je deur te roken.

Vrijwel alle mannen en jongens (je ziet ze al zeer jong roken) roken namelijk. Dit is een status symbool. Als je niet rookt, stel je niets voor en kijken mensen je raar aan. Als je zakendoet, moet je elkaar een sigaret kunnen geven om het ijs te breken. Het is dus nog meer een traditie dan dat het een verslaving of stoerdoenderij is (zoals bij ons).

Maar goed, het is voor ons tijd om de lunchen. Aangezien we onze magen een klein beetje rust moeten gunnen, wordt het gewoon een bakje Soto Ayam… Kippensoep, maar wel gemaakt door Ibu (moeder). Hij smaakte heerlijk. Daarna een kleine rondwandeling in dit dorpje waar we waren gemaakt. De school (Junior University) ging net uit. Wij als blanke belanda’s hebben dan weer veel bekijks “Hey Mister, how are you”, “What’s your name”, “Where are you going”. Het lijkt net of ze nog nooit een blanke hebben gezien.

Na de lunch beginnen we aan onze laatste stuk rijden naar de tussenstop. Eigenlijk zijn we onderweg naar Bukittingi, maar dat is te ver om in een dag te rijden. We hebben dus een tussenstop in Padangsidempuan. Na een mooie rit langs de sawa’s en door de bergen komen we hier aan.

Het is een kleine, drukke stad met een… Tjah… gebouw met kamers met bedden en een douche. Ik zou het geen hotel willen noemen. Helaas is er weinig anders in de buurt, dus we moeten het er mee doen. Voor degene die ook naar Sumatra willen, en luxe zijn gewend en de knop niet om kunnen zetten: niet gaan. Inmiddels zijn wij zo ver dat we dit wel kunnen, dus we eten hier een hapje en gaan weer op tijd naar bed…

Advertentie

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: