Dit is echt Indonesië

Gelukkig… We mogen weg uit dit hotel 🙂

Zoals elke dag zitten Lam Lam en de chauffeur braaf te wachten als wij om 8.30 met de koffer de lobby in komen wagelen. Dit keer niet 8.35 maar echt om 8.30.

Ook vandaag hebben we een flinke rit voor de boeg naar Bukittingi. Onze eerste stop is een kleine boerderij waar ze specerijen en kokosnoten verbouwen en verkopen. Zoals jullie weten, de kokosnoten vallen niet ver van de boom, maar deze bomen zijn wel hoog. Nu kan er natuurlijk iemand in klimmen met een hakmes en de noten afhakken en zorgen dat ze naar beneden komen.

Hier gebeurt dat niet, hier wordt dit gedaan door een aap. Die klimt braaf omhoog, draait aan de kokosnoten tot dat deze er af vallen en komt weer naar beneden. Heel leuk om te zien. Natuurlijk krijgen wij het sap van de kokosnoot te proeven. Daarna wordt hij in twee gehakt, wat kuala djawa erbij (palm suiker) en je hebt een heerlijk hapje.

Daarnaast verbouwen ze hier peper, nootmuskaat, foelie en nog wat kruiden. Natuurlijk hebben we ook wat gekocht, want je moet ze hier wel altijd op de één of andere manier geld geven.

Lam Lam koopt bij het tentje naast de boerderij een zakje Doekoe. Dat is, zoals in Nederland, geen geld, maar een Lychee achtige vrucht. De schil is vrij hard en erin zitten witte vruchten. Heerlijk om te eten. Hij koopt er dan niet een paar maar een hele zak vol. NOu, is in elk geval wel gezond en hij zorgt dus goed voor ons.

De rit gaat verder, terwijl wij aan de Doekoe’s zitten, door het prachtige Indische landschap. Dit is zoals wij Indonesië kennen. De groen begroeide bergen, de palmbomen, de uitgestrekte sawa’s… Het is genieten tijdens deze rit. Af en toe stoppen we even om uit te stappen om foto’s te maken en om van het uitzicht te genieten.

Om half 2 komen we bij onze lunchstop aan. Omdat de gids dit allemaal regelt, stoppen we in de middle of nowhere bij een klein huisje, met een overdekt terras, aan de rand van het regenwoud, langs een rivier en de sawa’s. Alhoewel het een toeristisch restaurant is, zit je hier fantastisch en wij waren (nog) de enige hier. Het enige wat je hoorde zijn de geluiden van de tropische vogels en de rivier die voorbij stroomt.

En mama in de keuken natuurlijk die de sateetjes en nasi goreng klaarmaakt.

Als we het eten krijgen, komt ook, helaas, de grote groep er weer aan. Natuurlijk komt die ook hier zitten en het is weer gedaan met de rust. Lam Lam komt er ook weer aan want die heeft intussen een Ananas laten slachten. DUs weer heerlijk vers fuit gekregen.

Daarna weer snel de auto in gestapt, verder de bergen in. Op Sumatra (volgens Lam Lam), wordt de beste palmsuiker gemaakt. Langs de weg staat een oud tentje, met een vrouw en een klein kindje in een grote, stomende pan te roeren. Zij is rietsuiker “taarten” aan het maken. De ruitsuiker wordt gemaakt van de vruchten (of bladeren) van deze boom. Hier zit een soort sap in, het rietsuikersap. Dit wordt gekookt en vermengd met wat water en vervolgens worden hier ronde taarten van gemaakt. Dit is de rietsuiker of kuala djawa. Dit wordt gebruikt bij het koken, in de tjendol, etc.

De rit voert verder langs de vele dorpjes, kleine steden en de rijstvelden. Helaas is het vandaag qua weer wat minder, het regent af en toe een beetje. Maar de laaghangende bewolking geeft wel een aparte sfeer als je door de bergen rijdt.

Ondertussen passeren we ook nog even de evenaar. We lopen hier even rond, en we worden meteen weer achtervolgt door allemaal jongentjes die ons heel interessant vinden. Vervolgens zwaaien ze ons ook nog uit!

Om 18.00 uur komen we aan in Bukittingi, een middelgrote stad. Het is echter niet zo druk als bijvoorbeeld Medan. Het hotel waar we zitten, ziet er ook weer goed uit. We verblijven hier twee nachten, dus de kleren kunnen ook weer een beetje gewassen worden.

De bintang kan open…

Morgen naar kraters, meren, naar de stad en ’s avonds een typische, lokale dans. Daarnaast gaan we dan ook genieten van de lokale Padang (pedit, adoe) keuken…

Advertentie

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: