Daar stond de “oude buurman”, Marco, dit keer, om even voor half zeven voor de deur. We gaan op weg naar… Spanje en wel naar Baskenland en we vliegen op Bilbao. Na een kleine 40 minuten staan we al onze koffers in te checken op Schiphol.
Na een goede vlucht met KLM Cityhopper landen we in Bilbao. Bilbao is de grootste stad van de autonome regio Baskenland en de hoofdstad van de provincie Biskaje. De stad heeft zo’n 347.000 inwoners. Door de stad loopt de rivier Nervíon. Daarnaast is het een stad die aan de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella (waar we ook nog komen) ligt.
Baskenland: ruiger dan Spanje, eigenwijzer dan Frankrijk
Baskenland is zo’n stukje Europa waar je het idee hebt dat je in Spanje bent, maar de locals je vriendelijk corrigeren: “Nee hoor, je bent in Baskenland.” Hier geen flamenco of paella, maar pintxos (de Baskische versie van tapas, maar dan nét wat verfijnder en vaak boven verwachting groot).
De regio staat bekend om zijn verfijnde eten en heeft daarom ook veel sterrenrestaurants. De Basken zelf zijn een volk apart: trots, koppig en dol op hun taal, het Baskisch. Een taal die zó ondoorgrondelijk is dat zelfs Google Translate afhaakt. Maar je hoeft je geen zorgen te maken – bestel gewoon een glas Txakoli (de sprankelende lokale wijn) en je bent meteen vriend voor het leven.
Het mooie van Baskenland? Je rijdt in een uurtje van ruige kliffen aan de kust naar groene bergen in het binnenland. Perfect voor een roadtrip waarbij je elke dag kunt kiezen: surfen of hiken, Michelin-sterren of een dorpsbarretje waar de wijn nog per glas wordt ingeschonken alsof het niks kost.

Toet toet
We halen de auto op, net als op Mallorca een Volkswagen Taigo, en rijden in een half uur naar de stad. Ons hotel ligt midden in Casco Viejo, the Old Town. Hier begon de stad ooit. Je kan er niet komen met de auto, dus even op zoek naar een garage. Irritante toerist, want een paar keer vonden de lokale het nodig even te toeteren omdat ze ons rijgedrag irritant vonden.


Dan maar pinxtos
De kamer is nog niet klaar dus we lopen door de straatjes achter ons hotel. Allemaal winkeltjes en veel barretjes of barretjes die gesloten zijn. Alhoewel we wel wat hebben gegeten op Schiphol, hebben we toch honger. Dan maar de eerste bar in voor een pinxtos en wijntje en een verfrissend biertje. Nu al heerlijk!

We lopen daarna nog even door de stad naar de Begoñako Basilika. Onderweg pakken we nog ergens anders een lekker hapje met een wijntje. Op het terras. Zoals het hoort.

Een mooie wandeling, maar wel pittig. Het oude centrum ligt beneden in de valei en de rest van de stad ligt wat verder de heuvel op. Stevige pas en dat is lastig na dat wijntje. Maar het is een leuke route door de stad.

We lopen een rondje om de basilik. Opvallend blauwe luiken en deuren. Daarna lopen we richting ons hotel (Bilder Boutique Hotel) om even te rusten.
Het is drukker in Bilbao
Na het rusten lopen we de stad in om wat te eten. Onze eerste stop is Restaurante Saibigain. Ook een pinxtos bar. Genoeg keuze en de eerste ronde combineren we met Txakoli. Een licht sprankelende wijn met een licht zuurtje. Ze schenken het hoog vanuit de fles in het glas zodat het extra luchtig en bruisend wordt. We eten wat pinxtos aan de bar. Staand. En inmiddels wordt het drukker in de stad.


Na een eerste rondje lopen we naar Gure-Tok op het gezellige plein Plaza Nuevo. Net achter ons hotel. Deze goed beoordeelde en aanbevolen pinxtos bar is echt druk.


We gaan er toch voor en hebben hier wel de lekkerste pinxtos op. Goede smaken van de inktvis, calamaris en nog iets… In principe worden alle pinxtos op een klein stukje stokbrood geserveerd. Op het plein is het erg druk, maar gezellig. We gaan op een muurtje op het plein zitten om te eten, want de bar was verder vol. Maar dat mag hier, je haalt gewoon wat in een van de barren en kijk maar waar je het eet.
Het was een mooie, iets wat vermoeiende dag. Maar we hebben genoten. Nu even rusten…